Ik baal omdat ik in mijn eentje op kan draaien voor mijn alcoholische oude zus. Ik baal van mijn moeder omdat ze geen contact met mijn zus meer wilt omdat ze geen grenzen kan trekken. Ik baal van het terreur bewind wat mijn zus voert. Ik baal van de drankorgels in mijn familie. Ik baal van het gezin waaruit ik voort ben gekomen. Ik heb last van mijn rotjeugd.Ik baal zo erg van mezelf dat ik er lichamelijk ziek van word. En dan altijd die eenzaamheid die ik voel. Ik zou soms wel met mijn familie willen breken want ik word toch niet gezien of gehoord. En erover praten lukt toch niet. Ik baal omdat ik zie dat ik tekortkomingen heb in de sociale omgang. Ik ben bang voor relaties. En het trieste is juist dat ik alleen iets voel bij mijn familie. Ik ben moeilijk van vertrouwen. Ik wou dat alleen maar even van mij afschrijven.
|