


| Nog veel verdriet om mijn ex |
Al sinds het voortgezet onderwijs waren Jacob en ik een stel. Eigenlijk waren we hét stel van de school. Hij was stoer, populair en speelde gitaar. Veel meiden waren verliefd op hem, maar ik had hem weten te strikken. Na het voortgezet onderwijs ging ik studeren, hij ging werken. Onze relatie is toen alleen maar hechter geworden. Hij verbleef vaak bij me in de stad waar ik studeerde. Dan gingen we op stap, naar de bioscoop etc. Toen ik mijn studie afrondde, kon ik meteen een goede baan krijgen vlakbij mijn geboorteplaats. Jacob woonde toen al op zichzelf. Het sprak voor zich dat ik bij hem in trok. Ik was gelukkig, hij zo mogelijk nog meer. Ik had het hele plaatje al in mijn hoofd: trouwen, kinderen etc. Maar op één of andere manier zag Jacob dat niet zo. Hij was wel gek op me, dat wel. Mogelijk begon ik dat een beetje uit het oog te verliezen. Jacob ging in een coverband spelen en steeds vaker werden ze gevraagd voor optredens in het weekend. In kroegen, discotheken en feesttenten in de buurt. Ze werden vrij populair. Naast die optredens was hij veel aan het optrekken met de overige bandleden. Repeteren, maar ook in de kroeg hangen. Hij had niet net als ik dat huisje boompje beestje gevoel. Natuurlijk had ik wel met hem mee kunnen gaan als hij ergens een optreden had of gezellig de kroeg in wilde. Maar mij zei dat eerlijk gezegd steeds minder. Dus wat deed ik : ik bleef thuis. Ongemerkt groeide er steeds meer een afstand tussen hem en mij. Dat knaagde aan me. Ik moet zeggen dat de gevoelens van Jacob voor mij nog steeds aanwezig en oprecht waren. Hij vond het jammer dat ik altijd thuis bleef. Heel soms ging ik wel eens naar een optreden. Hij zei dat hij dat geweldig vond, dat hij tussen het publiek mij zag staan. Maar alhoewel hij het fantastisch vond, voelde ik me gewoon niet thuis tussen het uitgaanspubliek. Ik had wel vriendinnen, maar zij hadden allemaal al baby's of jonge kinderen en gingen ook bijna nooit uit. Dus ik zat grotendeels thuis op vrijdag- of zaterdagavond. Hij was steeds vaker afwezig. En toen begon ik te internetten. Ik kwam op chatboxen en leerde zo een jongen kennen. Hij woonde aan het andere eind van het land, maar het klikte erg goed tussen ons. Aanvankelijk bleven de gesprekken vrij oppervlakkig, maar steeds meer gingen ze de diepte in. Ik kon mijn gevoelens en twijfels kwijt. Deze jongen, ik zal hem Menno noemen, bleek ook absoluut geen uitgaanstype te zijn. Hij schreef dat hij erg veel van de natuur hield en heel graag ooit vader wilde worden. Hij ging in het weekend ook niet stappen, maar huurde liever een dvd'tje of ging uit eten. Uit eten! Dat deden Jacob en ik bijna nooit. Steeds meer werd ik tot Menno en zijn wereld aangetrokken. Op een zekere zaterdagavond (Jacob was weer met de band weg) stelde Menno voor om elkaar te ontmoeten. Ik was verward, maar ook heel nieuwschierig. Ik zei dat ik er over na moest denken. De volgende dag (Jacob was wederom aan het optreden) zocht ik weer contact met Menno en zei ik dat ik hem graag wilde ontmoeten. We spraken af 2 weken later op het centraal station in Utrecht. Ik was doodzenuwachtig en voelde me een beetje schuldig tegenover Jacob. Zijn optrendens-schema raadplegend, zag ik dat hij die dag ook een optreden met de band had. Ik verzon dat ik met een vriendin had afgesproken een dagje te winkelen. Jacob wenste mij een plezierige dag en hoopte dat ik 's avonds toch eventjes zou langskomen op het feest. En toen ging ik op weg. Ik was heel zenuwachtig, maar ook heel nieuwsgierig. Bij de afgesproken plek op het station aangekomen zag ik Menno al staan. We hadden al foto's uitgewisseld. Menno was eigenlijk in alles het tegenbeeld van Jacob. Jacob is vrij groot en breed gebouwd, stoer uiterlijk, Menno is vrij klein, tenger en keek een beetje schuchter om zich heen. Totdat hij mij zag. Die ogen van hem straalden toen hij mij in het oog kreeg. Dat was het begin van een zeer geslaagde dag. We hebben heel lang gewoon op een bankje gezeten en met elkaar gesproken. God, wat hadden we veel om over te praten. Ik was eigenlijk meteen verliefd op Menno, voor zover ik dat nog niet was. Aan het eind van de dag bracht Menno me weer naar de trein en we kusten. We wisselden telefoonnummers uit en ik beloofde dat ik hem gauw zou bellen. Menno wist van mijn relatie met Jacob. Vreemd genoeg (of juist niet? ) hebben we het die dag niet over Jacob gehad. Het was al vrij laat toen ik in mijn trein stapte en had nog een reis van 2 uren voor de boeg. Ik kwam pas 's avonds om half 12 thuis. Er brandde licht binnen. Jacob deed open. Ik vond het vreemd en was ook een beetje gealarmeerd. Bleek dat het optreden van die avond niet doorgegaan was. Ik was nerveus en voelde me schuldig. Aan alles bleek dat Jacob de situatie wantrouwde. 'Was het gezellig met Mirhte?" vroeg hij. Mirthe was de vriendin met wie ik zogenaamd had afgesproken. "Ja, best wel" zei ik. Achteraf stom dat ik op dat moment had gelogen. Het was zonneklaar. Hij zei: "Oh, dat is vreemd, Mirthe belde vanavond en vroeg naar jou, terwijl ik dacht dat jij bij haar was. Waar ben je werkelijk geweest Mariska?" Ja, toen kon ik er niet meer omheen. Beschaamd vertelde ik dat ik iemand had leren kennen en die had ontmoet. Zonder verder een woord te zeggen pakte Jacob zijn jas en verliet het huis. Ik ben in bed gekropen en moet in slaap gevallen zijn. Ik werd rond 6 uur 's ochtends wakker, Jacob was er niet. Ik dacht dat hij vast op de bank was gaan liggen, maar ook beneden trof ik hem niet aan. Toen kreeg ik een smsje. Ik keek, bleek het een kameraad van Jacob te zijn. Die mij meedeelde dat hij Jacob mee naar zijn huis had genomen, omdat hij zo veel had gedronken. Ik voelde me opgelucht en ben weer in bed gekropen. Maar ik kon de slaap niet vatten. Onwillekeurig gingen mijn gedachten uit naar Menno. Ik besloot hem te bellen. Hij nam meteen op. Ik vertelde dat Jacob het wist en we uit elkaar zouden gaan. Menno was blij. En ik ook. Want ik had echt gevoelens voor Menno. later belde ik mijn moeder en legde haar in het kort uit wat er was gebeurd. Ik zei dat ik niet langer bij Jacob kon blijven en of ik tijdelijk bij haar mocht komen. Mijn moeder was erg ongerust over wat ik allemaal teweeg had gebracht en ook een beetje kwaad. Terecht, denk ik nu. Maar het was geen probleem. Ik heb een weekendtas ingepakt, maar ben niet meteen weg gegaan. Ik wilde op Jacob wachten om hem nog een keer onder ogen te komen. Jacob kwam pas laat in de middag thuis. Ik durfde hem bijna niet aan te kijken. De kater en het verdriet hadden sporen op zijn gezicht achtergelaten. Ik zei hem dat ik naar mijn moeder ging. Hij knikte. Toen ik aanstalten maakte om weg te gaan, hoorde ik hem zachtjes vragen of er niks meer aan te doen was en dat hij van me hield. Dat deed me zeer, maar ik had mijn besluit genomen. Toen volgde een periode waarin alles vrij snel is gegaan. Ik ben ongeveer 3 weken bij mijn moeder gebleven, daarna ben ik bij Menno ingetrokken. Hij heeft een flatje in de randstad. Heel wat anders dan het dorp op het Friese platteland, waar ik vandaan kom. De eerste maanden met Menno waren goed, nee nog beter, ze waren fantastisch. Ik wist niet wat me overkwam. Menno was zo anders dan Jacob. Hij leidt een rustig leven, heeft weinig vrienden en ging inderdaad nooit stappen in het weekend. We deden allerlei leuke dingen, zoals naar het strand, naar de dierentuin, lekker uit eten. Hij behandelde me als een prinsesje. Maar het was te mooi om waar te zijn. Ik weet niet wanneer het precies is begonnen, misschien na een paar maanden. Ik weet ook niet wat de aanleiding is geweest, maar hij werd langzamerhand steeds somberder en neerslachtiger. De huisarts constateerde dat hij depressief was. Hij ging aan de antidepressiva. Hierdoor veranderde Menno. Zijn gevoelens werden afgevlakt. Voorheen kon hij het altijd heel gezellig maken, maar nu had hij geen lust meer om dingen te ondernemen. Ook niet als ik aandrong. Ja, en daar zat ik dan op dat flatje met Menno, met een inmiddels zeer zwaar depressieve Menno. Ik had nog geen vriendenkring opgebouwd, met mijn collega's in mijn nieuwe baan had ik niet zo'n hecht contact dat ik ook buiten werktijd met ze kon afspreken, dus ik voelde me heel eenzaam in die tijd. En het was toen dat ik stiekem steeds meer terug begon te verlangen naar wat ik had achtergelaten. Het was alsof Menno mijn gedachten kon lezen, want meerdere malen vroeg hij me of ik niet liever terug ging naar mijn geboortedorp. Nou, natuurlijk niet. Ik had voor Menno gekozen en hier zouden we ook wel uit komen. Dat beweerde ik ten stelligste, bang dat Menno nog dieper weg zou zakken. Op een middag kwam ik thuis uit mijn werk en verwachtte Menno aan te treffen. Hij werkte inmiddels al een hele tijd niet meer. Maar hij was er niet. Dat allarmeerde me. Er lag een brief op de keukentafel. Daarin stond dat hij heel veel van me hield, maar me niet gelukkig kon maken. Hij schreef dat hij voor zichzelf had gekozen en naar zijn zus in Italië was vertrokken. Bleek dat hij zonder mij alles had geregeld. Hij had een vliegticket geboekt, ontslag genomen van zijn werk, zelfs de huur opgezegd van het flatje. Hij schreef hoe lang ik nog in de flat kon blijven, maar dat ik dan maar weer terug moest naar mijn moeder. Verbijsterd moet ik weet ik hoe lang aan de keukentafel hebben gestaand met die brief in mijn hand. Ik kon niet bevatten wat er was gebeurd. Hij had me verlaten! Veel later, het was namelijk al donker, ging de telefoon. Het was Menno. Hij wilde weten hoe het met me ging. Ik was kwaad, zo kwaad. Dus ik schreeuwde en raasde. Hij bleef rustig aan de andere kant van de lijn. Hij was goed aangekomen zei hij en hij hoopte dat het met mij ook goed zou komen. Dat was de druppel. Ik weer mijn moeder gebeld en alles verteld. Mijn moeder kon haar oren ook niet geloven. Ze zei dat ze meteen naar me toe zou rijden. Ze kwam vroeg in de nacht aan. Als een klein meisje heb ik in haar armen gehuild. We hebben gepraat en daarna zijn we gaan slapen. De volgende dag is mijn broer nog gekomen en hebben we samen alles wat van mij was uit de flat gehaald. Ook heb ik Menno's ouders gebeld. Zij bleken al lang op de hoogte te zijn van het plan van Menno. Onvoorstelbaar. Was ik blind of wilde ik het gewoon niet zien? Ik weet het niet. Tot op de dag van vandaag! Inmiddels woon ik weer in mijn geboortedorp. Ik heb een hele tijd bij mijn moeder gewoond, later kwam er een huurhuis beschikbaar. Zo goed en zo kwaad het gaat pak ik mijn leven weer op. Ik vind het moeilijk de oude kennissen weer onder ogen te komen. En nog moeilijker vind ik het om Jacob tegen te komen. Jacob woont nog steeds in het zelfde huis. Nu zie ik wat ik toen niet wilde zien, namelijk dat het een gouden vent is waar je op kunt bouwen. Dat hij andere interesses heeft dan ik, ik snap niet waarom dat toen zo moeilijk voor me was. En het ergste: hij heeft een nieuwe vriendin, de zangeres van de band waar hij in speelt. En ze lijken heel gelukkig met elkaar. Ik weet dat ik mijn kansen heb verspeeld, maar het doet zo'n verdomd veel pijn. Ik vermijd situaties waarbij ik hem of haar kan tegenkomen. Maar soms is het onvermijdelijk. Ik heb laatst een keer met Jacob gesproken, toen ik zowat tegen hem aan botste bij de supermarkt. Hij was heel vriendelijk, vroeg belangstellend hoe het met me ging. "Goed" antwoordde ik zo dapper mogelijk. Ik vroeg ook hoe het met hem ging. Die bekende heerlijke grijns verscheen op zijn gezicht, zijn ogen straalden terwijl hij zei dat het uitstekend ging. En dat is mooi, dat is goed. Ik wens hem alle geluk van de wereld. Hopelijk zullen mijn gevoelens gauw slijten. Misschien moet ik anders maar aan verhuizen denken. Ik moet tenslotte ook door met mijn leven.
|