


| Brief aan jou |
Lieve (jij)
Dit is een brief, geschreven uit mijn hart, voor jou, en ook voor mij (omdat ik het kwijt moet). Ik hoop ook dat je respect hebt voor mijn uitlatingen die ik ga doen. Ik ben er namelijk niet op uit om jou pijn te doen. Het is meer bedoeld ter verduidelijking van wat ik voor jou voel, en hoe ik denk over de miscommunicatie tussen ons. (het klinkt nu al sentimenteel..)
Weet je nog, die brieven die je vroeger kreeg van vriendinnetjes (in mijn geval vriendjes, of aanbidders), die hun hart uitstorten over al je goede en je slechte kanten? Ik beleef dat sentiment wel. Vooral omdat ik een aantal brieven terug las van de week. Soms kon ik me niet eens meer een beeld vormen van die jongens. Het was handjevast verkering, en soms ging het iets verder, een zoen of een paar ontmoetingen.. Een van ons was in ieder geval wel onder de indruk. Pas later kwam de rest, of niet. We hebben het er laatst over gehad. Voor ons gevoel worden we, naarmate we ouder worden steeds harder in die dingen. We kiezen sneller voor onszelf en het interesseert ons zelfs niet meer zoveel wat anderen van ons vinden. Wat een gemis..
Ik zal niet beginnen bij het begin, dat is al zo ver terug. Het enige wat ik daarover kwijt wil is dat de tijd met jou, op msn en via de telefoon geweldig was. Ik kon je altijd bellen, en kon alles wat ik wilde vertellen bij je kwijt. Je hielp me zelfs tijdens mijn moeizame periode met Jorrit, en jij kon ook honderduit vertellen over jouw mislukte relatie. In die tijd voelde ik me aangetrokken door je diepgang, manier van denken en door je absurde humor zo af en toe. Het vertrouwen was fijn, die veiligheid.. Op dat moment was er geen sprake van moeizaam contact, afgezien van de keren dat je niks van je liet horen. Het deed mij op dat moment nog niet zoveel als toen. Ik was vrij en kon gaan en staan waar ik wilde. Misschien doordat de afstand wel veilig voelde. Je beleefde in die tijd ook mijn absurd vrolijke buien, mijn tomeloze energie en zo af en toe sprak je mij in dronken toestand waarin ik mijn ellende over je uitstortte, wat overigens nooit over jou ging, dat moet fijn geweest zijn. Je hielp mij door met mij te praten. We spraken over die collega die mij een hak probeerde te zetten, de verloren sleutel en wat maar ter sprake kwam. Je was een bevrijding voor mij in die tijd. Gewoon even kletsen. Het maakte niet zoveel uit waar het over ging. Ik kon je altijd bellen. We maakten in die tijd afspraken. Kom jij een keer bij mij? Of ik bij jou? Zeilen in Friesland? Jaaa! Uiteindelijk was de afstand toch altijd te groot. Misschien veilig om op die manier elkaar genegenheid te tonen. Je kan op die manier laten zien dat je elkaar leuk vindt. Okee, dat was iets meer dan “het enige wat ik daar over kwijt wil???.
Toen ik je voor de eerste keer zag voelde ik hetzelfde. De veiligheid, maar ook die “kinderlijke??? verlegenheid, terwijl ik normaliter niet op mijn mondje ben gevallen. De zoen liet ook erg lang op zich wachten, maar het was goed zo. Het gevoel dat het wel zou komen, en de tijd die daarmee gepaard ging was niet belangrijk.
Eindelijk was die zoen er. Hoewel het voor mij na al die tijd toch nog onverwacht kwam voelde het alsof het te vroeg kwam. We stonden namelijk, voor mijn gevoel, op een kruising. Als ik met je zou zoenen zou ik alles verliezen dat ik al die tijd gekoesterd had. Namelijk het ongecompliceerde. Ik bedacht me dat als je zoent je geen vriendschap meer hebt, omdat je niet zoent met je vrienden, behalve op hun wangen, en dan alleen bij aankomst en/of afscheid. Er was reden tot nadenken. Wat nu? Ik voelde dat ik het intiemste, namelijk seks, met jou wilde delen. So far so good. Het gebeurde ook. We waren allebei wel ondersteboven van wat er allemaal gebeurde, dat kon ik namelijk ook uit jou woorden opmaken. Op dat moment wist ik niet wat er met mij gebeurde. Nu moest het wel iets zijn, toch? Ik had werkelijk geen idee. Jij bazelde over relatieachtige dingen. Ik wist op dat moment niet eens of er iets gaande was. Ik nam maar aan van wel. Het bracht me behoorlijk in verwarring. Ik ben van het type; de man moet zeggen wat hij wil, anders kom ik ook niet in beweging. Ik heb ook mijn trots. Zo verward als ik over de situatie was vroeg ik niet wat je bedoelde. Er werd steeds meer onduidelijk. Steeds minder durfde ik me open te stellen, dus ik maakte overal maar een grapje van. Wat overigens niet altijd in goede aarde viel. Ik probeerde mijn verwardheid weg te lachen, en door te gaan met waar ik mee bezig was. We maakten afspraken die vervolgens niet nagekomen werden.
Op dat moment werd ik overspoeld door een nieuwe levensstijl die ik in Amsterdam had ondervonden. Er waren zoveel mensen, nieuwe indrukken en een geheel nieuwe cultuur dan dat ik gewend was. Ik sprak het honderduit met vriendinnen over wat mij allemaal overkwam. Hoe anders de mensen reageerden en hoe gelukkig ik op dat moment was. Het voelde als een warme deken dat mensen net zo vrolijk en energiek konden zijn als ik. Eindelijk zag ik eens temperamentvolle mensen. Iets waarover ik vroeger veel getwijfeld had. Was ik nou gek dat ik anders was dan de rest? Ben ik de enige niet lompe persoon? Dat gewauwel van die friezen was ik zo zat geworden. Erg fijn, tot het moment dat de dingen iets gecompliceerder werden dan ik verwacht had. Of verwacht had, gecompliceerder dan ik gehoopt had. Op een gegeven moment leek alles tegen te zitten. De roze bril ging langzamerhand af. Het echte leven kwam weer om de hoek kijken. Wat ik altijd mijn rug toegekeerd had kwam lijnrecht tegenover me, ik wist niet wat ik er mee moest. Ik voelde me steeds moedelozer worden. Dit had ik nooit eerder gedaan. Inmiddels waren wij “samen??? op een punt aangekomen dat we elkaar niet meer begrepen. Ik deed wat ik eerder ook deed. Mijn verhaal vertellen. Als ik iets oversla moet je het zeggen. Daar kwam de schrik. Waar eerder zo’n respect en waardevolle verstandhouding was, was nu een oppereerlijke opmerking. Yvonne, je praat teveel. Oftewel.. wat eerder was is dood. Dit was het begin van een scheve verstandhouding. Steeds minder reageerde je op mailtjes, smsjes of telefoontjes van mijn kant. We durfden ons niet naar elkaar open te stellen omdat de teleurstelling op de loer lag. We verzetten allebei steeds afspraken, omdat we het allebei druk hadden. Telefoontjes werden niet meer beantwoord, omdat…….. Er kwam een keerpunt. Steeds als we elkaar zagen was het goed. Het was ook goed omdat we de tijd die we met elkaar hadden goed wilden besteden. Geen gezeur, geen ruzie, dat is ook zo naar. Op het moment dat we thuiskwamen waren we weer geheel onszelf. Of liever gezegd, op onszelf. Vooral ik stortte mijn hart uit op msn, waardoor ik me steeds meer van je verwijderde. Jij verwijderde je van mij door niet meer te reageren, of nauwelijks. Op dat moment had ik ook geen boodschap aan wat jij dacht. Het egoïsme sloop er steeds meer in. De verwijdering, de tranen, de gedachte dat alles voor niets was geweest, al die tijd. Voor vrouwen is een afwijzing iets vreselijks, maar voor mannen vast ook. Dat verklaart misschien waarom vrouwen veel minder snel op een man afstappen. Wij kunnen die pijn niet aan. We worden er een beetje sneu van. Hulpeloze zieltjes. Ik voelde me waardeloos. Het viel me op dat er tussen ons dingen werden uitgesproken, onuitgesproken wensen als het ware.. We begonnen ons behoorlijk aan elkaar te storen. In die sfeer ging ik ook gesprekken met vertrouwelingen aan. Ze zeiden dat jij echt wel iets van je zou laten horen als je verliefd was. Ik kon daar helemaal inkomen. Ik snapte niks meer van jou, jij niks van mij. Jij was weer in je veilige haven, volgens mij allang. Ik ben onafhankelijk! Strijdlustig! Ik heb het altijd alleen gekund. Ik hing een beetje het zielige vrouwtje uit. Tenminste, zo leek het. Inmiddels had ik mijn pas ook weer gevonden. Ik besloot iets te worden wat ik eigenlijk altijd al was. Iets waarvan ik weet dat het mij weinig oplevert. Iets wat mij uiteindelijk niet gelukkig maakt, omdat ik nou eenmaal een vrouw ben. Het drong vandaag goed tot mij door. Ik had mijn moeder aan de telefoon. Zij vroeg naar hoe het ging, en naar de liefde. Op dat moment was het stil. Ik ratelde iets over jou. Ze hoorde mij aan en vroeg of je wel lief voor mij was. Weer een stiltemoment. Ik antwoordde dat je lief voor mij bent, maar dat we elkaar weinig zien. Ze vroeg of dat wel klopte. Ik ratelde iets over scriptie. Zij was ook stil. Een paar seconden, het leken wel minuten. Mijn moeder kent mij erg goed. Ze vertelde dat het nu wel erg leuk zou zijn dat ik eens iemand tegen zou komen waarmee ik “echt??? een toekomst zou hebben. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ze had gelijk. Dat is wat ik wil. Ik wil niet meer bedelen om aandacht. Ik ben wie ik ben. Ik ben niet gek, ik wil niks geks. Het rare is dat je dat bij vrienden, of bij ons eerst ook niet hoefde. We gaven elkaar aandacht. Het was geen enigma. Inmiddels wel. Het is waar! Het wordt een kwestie van kosten baten. Op een gegeven moment ga je meer eisen dan dat je gewend bent, maar zo werkt de natuur. Ik denk dat ik van de natuur houd. De natuur is immers echt. Niemand kan mij meer wijsmaken dat ik een oppervlakkige persoon ben. Ik ben namelijk echt. Als je niet echt bent, ben je oppervlakkig. Ookal neem ik genoegen met een bepaalde baan, ik ben wie ik ben. Iets wat je vaak ziet bij lelijke mensen. Ik kan er uren naar kijken. Ik kan ernaar verlangen om het leven te lijden wat zij hebben. Zij hebben elkaar, en dat is genoeg. Een utopie om naar meer te verlangen dan wat zij zien. Ik houd ervan, en ieder mens zou ervan moeten houden. Emotie teevee. Blijer kun je mij niet maken. En dat komt omdat liefde iets simpels hoort te zijn. Niet vechten, want vechten, hoort bij oorlog. En bij oorlog vallen gewonden, en soms zelf, of meestal zelfs, vallen er doden. Ik, en ook jij moeten de keuze maken om, of verder te gaan of niet met elkaar verder te gaan. Er is genoeg geëmmerd over vrijheid. Dat kan ook, als je elkaars behoeften maar vervuld, en dat is geven en nemen. Toen ik op de fiets naar huis zat bedacht ik me dat ik naar een huis zou fietsen waar niemand op mij wachtte. Als ik mij bedenk dat jij misschien, na je studie in Rotterdam zou gaan werken, of een of ander ver oord, dat wij niet verder kunnen. Ik wil geen afstand. Sterker nog, ik wil alleen maar tot elkaar komen. Ik vertik het om langer mijn toekomst te vergooien aan iets waar ik niet eens over durf te praten met diegene die ik liefheb. Die ik niet eens durf te bellen, omdat … omdat… weet ik niet eens. Omdat hij het zegt. Waarschijnlijk omdat ik mijzelf niet durf te zijn.
Vanuit mijn irritatie zou ik zeggen: ik ben benieuwd of ik op enige manier reactie krijg op deze brief. Mocht het echt niet klikken tussen ons, dan zal ik ook niet veel langer rouwen. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan en genoeg tijd verdaan. Hmm.. dit is vast niet de beste zin om een brief te eindigen… maar je snapt het vast, als jij je inleeft. Het is niet slecht bedoeld.
Ik sluit mijn brief lieve (jij) We zullen zien.
Alle liefs aan jou,
|