


| anoniem ongewenst intiem |
ik ben al ruim 2 jaar ten einde raad. ik ben gelukkig getrouwd en we hebben 3 kinderen. Mijn vrouw is mijn grote liefde; toen ik haar, inmiddels lang geleden, voor het eerst zag, was ik op slag verliefd. dat is altijd zo gebleven. we werden aanvankelijk goede vrienden en niet meer dan dat. toen ze me op een dag vertelde dat ze al een week een vriendje had, moest ik me vasthouden aan de tafel waaraan ik op dat moment zat, om niet om te vallen. die mededeling gaf me fysieke pijn. omdat ze een vriendje had, maar vooral omdat ik dat een week lang niet geweten had. ik was naar de zijkant van haar leven verdrongen. dat was het begin van het einde van onze vriendschap. uiteindelijk verbrak ik ons contact. in de jaren daarna ging er geen dag voorbij dat ik niet aan haar dacht. vriendinnetjes had ik wel, maar ik vergeleek ze met mijn grote liefde. andere liefdes waren dus van korte duur. eigenlijk waren het niet eens liefdes. bij toeval kwamen we na jaren weer op elkaars pad. vanaf de hernieuwde ontmoeting ging het in één rechte lijn naar waar we nu zijn. we zijn volkomen blij met elkaar. door deze geschiedenis koester ik de bloedkokende, hartscheurende en duizelingwekkende liefde op het eerse gezicht. die heeft mij na een lange omweg gebracht naar waar ik nu ben, en dat is een heel gelukkige plek. lange tijd schreef ik ons samenzijn niet toe aan de gelukszalige toevalligheid der dingen, maar aan de noodzalkelijke speling van het lot. een dikke twee jaar geleden kreeg ik een nieuwe collega. we hadden op zichzelf eigenlijk niets met elkaar te maken op het werk. maar na een tijdje bouwden we een leuk contact op. we flirtten een beetje met elkaar; vrolijke e-mailtjes en na een toevallige lunch met zijn tweeën buiten de deur maakte ze speelse sexuele toespelingen. tegen die tijd stelde ik vast dat ik meteen de eerste keer dat ik haar zag al voor de bijl was gegaan. het kliknt misschien stom, maar vanwege de geschiedenis met mijn vrouw vond ik dat ik dit gevoel van liefde op het eerste gezicht met alle respect moest behandelen. hier was immers sprake van een noodzakelijke speling van het lot. ondertussen was mijn vrouw zwanger geoworden. de gevoelens die ik had werden daardoor voor mij onfris. ondertussen roddelden collega's over ons. daarover waren mijn collega en ik het eens: dat was niet fijn. was er aan het begin misschien wederzijdse interesse, ondertussen kwam die alleen nog maar van mijn kant. maar dan ook ernstig; ik kon aan niets anders meer denken dan aan haar. alles probeerde ik om haar uit mijn hoofd te krijgen: haar beter leren kennen, want dan zou mijn verliefdheid zonder twijfel snel verdwijnen; haar negeren, want dat zou mijn verliefdheid uitdrogen; normaal doen en de tijd uitzitten, want elke verliefdheid gaat voorbij. niets hielp, en ik werd steeds wanhopiger. ik zou weer vader worden, en ondertussen zat zij steeds meer in mijn kop. dat voelde als vreemdgaan op het slechtst denkbare moment. ik gokte erop dat alles na de bevalling wel weer normaal zou worden. toen dat niet het geval was, heb ik een wanhoopsdaad begaan. ik heb mijn gevoelens in een anonieme brief verwoord en bij haar thuis bezorgd. een enorme blunder. de brief was eigenlijk bedoeld als aan mijzelf gericht, als afscheid van de collega in mijn hoofd, zo gezegd. zoals in wezen ook dit bericht. maar ik heb de brief wel degelijk bij haar bezorgd. enkele weken later wilde onze werkgever mij spreken over een vervelende streek die iemand met mijn collega had uitgehaald. of ik daar iets mee te maken had gehad. ik ontkende, ik koos ervoor mijn gezinsleven en baan niet op het spel te zetten. ik heb er nooit meer wat over gehoord. ik heb wel aan mijn collega verteld over het gesprek met onze werkgever. ze vertelde dat ze alles aan onze werkgever had verteld, over onze contacten, over de roddels over ons. ik deed alsof mijn neus bloedde. ik heb er nog een enkele keer op terug willen komen, maar mijn collega wilde niet meer over het voorval praten. sindsdien hebben we eigenlijk niet meer met elkaar gesproken. mijn leugen knaagt zich ondertussen een weg door mijn geweten. ik voel me schuldig, want zo'n anonieme brief is natuurlijk ontzettend bedreigend, egocentrische oen die ik ben. ik wil het liefste alles opbiechten aan mijn collega, maar ik durf niet. ik weet namelijk niet zeker of ik wil opbiechten vanwege de juiste reden: wil ik dat zij de waarheid over de brief weet, of wil ik gewoon weer contact met haar? waarom ik ook niet durf: ik durf haar niet te vertrouwen. feitelijk heeft zij mij bij onze werkgever als hoofdverdachte aangegeven. dit laatste besefte ik pas maanden later. mijn collega heeft er niet voor teruggedeinst om mijn baan en privéleven op het spel te zetten. was dat terecht? wat heeft zij eigenlijk allemaal verteld? aan wie heeft ze dingen over mij verteld? in wat voor context? het hele voorval heeft me lichtelijk paranoïde gemaakt. soms meen ik uit opmerkingen van andere collega's op te maken dat ze over mij heeft verteld. maar ja, is dat echt of paranoia? waarschijnlijk dat laatste, maar het knaagt wel. en zij wil niet met mij praten. ons contact is sindsdien almaar verslechterd. we lopen nu met een boog om elkaar heen als dat kan. ik omdat ik feitelijk bang voor haar ben geworden; zij heeft mij volledig kwetsbaar gemaakt. waarom zij met een boog om mij heen loopt weet ik niet. misschien ben ik ermee begonnen en reageert ze op mijn oncollegiale gedrag. maar misschien ook denkt ze dat die brief van mij kwam. daar heeft ze dan gelijk in. maar dan hoeft ze toch niet zo'n hekel aan mij te hebben? vooral tijdens bedrijfsuitjes en gemeenschappelijke cursussen valt onze totaal verstoorde verhouding mij op. we praten dan wel eens met elkaar omdat niet praten zou opvallen, en in die gesprekjes hinten we nooit naar deze geschiedenis. maar ik weet dat zij er op dat moment wel aan denkt, en zij weet dat ik eraan denk. niemand kan dat zien, alleen wij weten het. dat is intiem, maar op een verknipte manier. ik kan daar niet meer tegen. ik heb al op het punt gestaan om een ander baan te accepteren. en nu ben regelmatig bijna zover om alles aan haar op te biechten. maar ik doe het steeds niet. bang dat dat dingen in gang zet die mijn leven kantelen. en dat wil ik niet. want ik ben heel erg gelukkig met mijn vrouw, zij is alles voor mij. en met mijn kinderen, en met mijn werk. en deze geschiedenis met mijn collega is welbeschouwd slechts een onbelangrijke voetnoot. toch? wat moet ik doen??
|